Historie

Historie

´╗┐Een vakantie op Camping Frerichsoord!
Dat is ontspanning op het meest dwaze eiland van Nederland,
dat is genieten van water, natuur en geschiedenis in het oog van de Peel.

Terug naar het jaar 1806  
Je gaat in 1806 op pad met Jean Joseph Tranchot, de beroemde landmeter van keizer Napoleon. De grote heerser wil een kanaal laten graven van Antwerpen naar de Rijn. Antwerpen moet de grote haven met achterland Duitsland worden. Dan kom je in Meijel en je vindt er de Agterdonkse Keulen en de Sneper Heide. Een waterachtig gebied, waar de inwoners van Meijel, Helden en Kessel eeuwenlang turf uit de Peel gehaald hebben. De turf daar is op. Hier moet het Grand Canal du Nord doorheen gegraven worden, het grote kanaal van het noorden.

Duizenden gravers, steenbakkers, ploegbazen, bruggenbouwers, mannen en vrouwen en kinderen, beginnen in 1809 met dat werk.
Maar heer Napoleon vindt in 1810 dat een oorlog naar Rusland veel belangrijker is en hij heeft inmiddels Amsterdam en Rotterdam als havensteden ingepikt. Het kanaal blijft onvoltooid liggen, 20 meter breed, drie meter diep, zonder water, van Antwerpen tot in Blerick.

De mensen van Meijel weten wel raad met die snee door het zuidelijk deel van het dorp, zoals ze in hun armoede uit het begin van de negentiende eeuw overal raad mee weten. Ze laten daar hun schapen grazen, want gras groeit er prima in die brede afgegraven strook. En natuurlijk hebben ze met paard en kar last van die verdieping, maar waar in Meijel of de Peel is wel een goede weg? Nergens, overal modderige karrenwegen met breed en diep spoor, voorbij de keuterboerderijtjes.

En dan wordt de waarde van de Peel ontdekt, eerst door de Brabantse landdrost Paulus de la Court in 1841. Hij schrijft over de woeste, boomloze, lege en gevaarlijke Peel, maar hij wijst ook op de goede mogelijkheden om daar verandering in te brengen. Turfsteken, afwateren en ontginnen voor landbouw. Aspirant-ingenieur L. Reuvens gaat in die Peel kijken en maakt in 1852 een kaartje van de rijkdom van de Peel, de turf. Enorme veengebieden in Asten, Deurne, Horst en verder, ten oosten van de Zuid-Willemsvaart uit 1826 en ten noorden van het onvoltooide kanaal van Napoleon.

Onderzoeker Reuvens laat zijn bevindingen zien aan minister-president Johan Rudolf Thorbecke en aan zijn vriend Jan van de Griendt. De beide mannen zien wel brood in de ontginning van de Peel, om verschillende redenen overigens.
Thorbecke heeft meer oog voor de ontwikkeling van de welstand in het peelgebied. Jan en zijn broer Nicolaas van de Griendt hebben eigen belang bij de turfwinning en ontginning.

Zij zijn steenfabrikanten en aannemers van publieke werken met een steenfabriek in Driel aan de Maas. Daar zijn ze afhankelijk van de turf die uit Dedemsvaart wordt aangevoerd. Vooral Jan van de Griendt heeft stevige contacten binnen Rijkswaterstaat en besturen van het land, de provincies en de grote steden. Hij vraagt Thorbecke om medewerking. Dat gaat lukken, maar eerst moet Jan een stuk te ontginnen Peel kopen. Op 18 maart 1852 stuurt Van de Griendt een verzoek naar de gemeente Deurne om 300 tot 400 bunder peelgrond te kunnen kopen. Dat worden er ruim 610.

En Thorbecke zorgt ervoor dat op de rijksbegroting 17.000 gulden komt te staan, zodat Jan van de Griendt de oude kanaalbedding van Nederweert tot de grens met Helden kan uitdiepen.
De zuidkant van het eiland voor Frerichsoord is daarmee gereed, de Noordervaart.


HistorieDan stapt Jan van de Griendt naar de burgemeester van Meijel, Barthel van der Steen. Hij maakt de man die van 1919 tot 1959 de hardwerkende en vooruitstrevende burgervader van Meijel is, duidelijk dat de ontginning van de Peel van enorm belang is voor de Meijelsen. Er komt meer werk voor de Meijelsen, er zullen wegen en bruggen aangelegd worden, er ontstaat veel meer goede grond voor landbouw. Barthel heeft er wel oren naar en ziet het afstaan van een strook grond van ruim 28 bunder tegen 1.410 gulden aan de oostgrens van Meijel als een verantwoorde bijdrage.

Samen gaan de heren aan tafel en bepalen waar de verbinding van de Noordervaart naar het turfgebied in Deurne het best gegraven kan worden. Officier D.W.F. Pichot heeft de ontwikkelingen tussen 1841 en 1861 op een kaartje bijgehouden. Het verbindingskanaal moet niet bij de rode oostgrens uit 1715 gegraven worden, maar juist tegen de op 25 juni 1818 met de gemeente Helden afgesproken nieuwe grens. Die grens, dun in blauw, zal echter pas op 1 januari 1876 officieel de scheiding tussen Meijel en Helden aangeven. Jan van de Griendt is er zeer gelukkig mee, want nu hoeft hij niet met andere gemeenten te onderhandelen. Hij bepaalt daarom meteen dat het kanaal genoemd zal worden naar zijn tweede vrouw, Helena van Panis. In Helden is men minder tevreden, want daar wordt de Noordervaart niet onmiddellijk gegraven en er komt ook geen andere vaart.

Onder leiding van Johan Deckers wordt in 1853 en 1854 de Helenavaart gegraven, 4750 meter lang. De Meijelsen en mensen uit de regio profiteren er volop van. Een jongeman van 14 jaar verdient met graafwerk 35 cent per dag, een volwassene 75 cent en de vakman voor metsel- of smeedwerk 1,50 gulden. De lage gronden in de Vieruitersten en op de Katsberg worden met uitgegraven zand opgehoogd naar landbouwgrond.

De oostgrens van Frerichsoord in water, het ‘auw kanaal’, is daarmee een feit en ook de opgehoogde bodem van de latere camping. Daar wordt een woning met schipperscafé gebouwd voor sluiswachters Hendrik Dings, die overigens ook brandersknecht is bij jeneverstoker Goossens tegenover de Meijelse kerk.

Maar het meest dwaze moet nog komen.

De bestuurders van de gemeente Deurne zien in 1860 hoe Jan van de Griendt met zijn turfwinning op de 610 bunder Deurnese grond kapitalen verdient. En dat, terwijl inwoners van Deurne armzalig proberen inkomen te krijgen door wat turf te steken en die te verkopen op de markt, bijvoorbeeld in Helmond. Deurne en Liessel hebben dan nog zo’n 4500 ha heide- en veengronden, waar door vervening en ontginning een grote welvaart voor de inwoners mee bereikt kan worden.

Ook in 1860 wordt Joseph Louis Janssens secretaris van de gemeente Deurne en dat zal hij 51 jaar blijven. Om zijn autoritaire aanpak wordt hij ook wel ‘d’n Bismarck’ genoemd.
Onder leiding van deze Janssens probeert het gemeentebestuur van Deurne de vervening van de Peel op gang te krijgen tot meer welvaart in Deurne en Liessel. Men gaat ervan, uit dat de turf wel over de Helenavaart van Jan van de Griendt naar de Noordervaart gebracht mag worden.

Eigenlijk is het antwoord van Van de Griendt simpel: ‘over mijn lijk’. Hij zegt het echter veel netter: ‘Als men mij vraagt naar vrije doorvaart, dan vraagt men mij naar het leven.’ Daarmee is de strijd geboren, maar die van Deurne laten het er niet bij zitten en willen Meijelse grond kopen om een eigen kanaal te graven. Zestien jaar lang weet Van de Griendt de plannen van Deurne te dwarsbomen. Zelfs als de gemeente Deurne op 31 mei 1872 onder voorwaarden ruim 28 ha grond van de gemeente Meijel koopt, gaat hij door met zijn acties.

Die gekochte grond ligt over bijna vijf kilometer lengte tegen de Helenavaart aan. Daar wordt vanaf 1876 een kanaal gegraven, nauwelijks vijftig meter van de Helenavaart af, het Kanaal van Deurne. En Jan van de Griendt heeft misschien wel gelijk als hij schrijft ‘dat mal figuur, iets dusdanigs, naast elkander vindt men in Nederland niet’. Maar dit kanaal aan de westkant legt Frerichsoord op een bijzonder eiland.

Natuurlijk laten de gravers van het Kanaal van Deurne bij de Noordervaart het huis en land van sluiswachter Hendrik Dings ongemoeid, zodat er een prachtige hoek tussen drie kanalen uitgespaard wordt voor een camping.


HistorieOver het Kanaal van Deurne wordt voor Dings zelfs een brug gebouwd, in 1917 getekend door J. Stals uit Helden, met zicht op dorp en kerk van Meijel.

De brug overleeft het begin van de oorlog niet en de oude woning van de sluiswachter, waar in 1940 de familie Van den Beuken woont, blijft in 1944 ook zwaar gehavend achter. De gemeente Deurne besluit in 1946 de brug niet te vervangen voor 12.000 gulden, maar het boerderijtje te kopen voor 5.500 gulden. Dan is er geen brug nodig en de brughoofden blijven liggen als stille getuigen.
Op 3 september 1993 vaart het College van Burgemeester en Wethouders van Deurne met de gemeentesecretaris over het Kanaal van Deurne en zij geven in de kantine van camping Frerichsoord de in 1872 gekochte 28,5 bunder grond aan Frits Kirkels, die na 32 jaar als burgemeester van Meijel afscheid neemt. Dat begeleidt Ernst Jansz met een sprookje en een lied.

Maar dan hebben Meijelsen en vele toeristen al lang kennis gemaakt met die prachtige camping Frerichsoord op een heel apart eiland, in een heel bijzondere natuur ontstaan door begroeiing langs en tussen twee kanalen met een hele geschiedenis.
In die geschiedenis van een eiland ontbreekt overigens nog een schakel. In 1939 worden Kanaal van Deurne en Helenavaart aan de grens met Deurne met elkaar verbonden als onderdeel van de linie die de dreigende invallers moet tegenhouden, het eiland is dan voltooid.

Meijelsen en inwoners van Noord-Limburg lezen in augustus 1967 in de regionale kranten, dat dertig studenten uit allerlei landen samen bezig zijn met de aanleg van ‘Camping Frerichsoord’. Door de Stichting Internationale Werkkampen zijn ze voor verbetering van onderlinge contacten bijeen gebracht, Turken, Fransen, Zweden, Engelsen, Duitsers, Tsjechen en Nederlanders. Ze overnachten in boerderij ‘De Vieruitersten’.
Zij kunnen daar werken, omdat Theo Frerichs in 1965 van de gemeente Deurne een schiereiland van ca 5 ha tussen drie kanalen koopt, gelegen in de gemeente Meijel. Hij begint er met het verhuren van roei- en motorboten, ideale voorzieningen aan drie kanten.
Die botenverhuur groeit na de internationaal gelegde funderingen uit 1967 uit tot de prachtige Camping Frerichsoord van 2012.

Foto album

DSC_8104
Zomervakantie 2016
Lees meer

Kaart